Een week lang zou ik in de gringo-hoofdstad van Latijns-Amerika blijven. Gelukkig waren daar enkele mensen om me er doorheen te loodsen. Zo was er de zwijgzame Zweed Jesper, met wie ik het tot mijn doel maakte om van de San Pedro plant te kunnen proeven: een drankje dat zowel een fysieke als spirituele heilzame werking heeft. Net voor de aftrap koos Jesper echter voor het hazenpad dus stond ik er plots alleen voor. Onze strooptocht had echter al veel informatie opgeleverd dus kon ik de volgende dag naar een dorpje niet ver van Cusco waar enkele curadores (genezers) waren neergestreken. Daar verzekerde zo'n genezer me dat ik zou doodgaan als ik San Pedro zou drinken en kreeg ik in de plaats een spirituele spoeling op basis van aardse en christelijke elementen en las hij mijn ei. Ook voorspelde hij mijn toekomst aan de hand van tarotkaarten waarin weer duidelijk naar voor kwam dat ik zou sterven als ik... . Een second opinion dus en ja hoor, deze deed het wel. Teleurstellend vrienden. Niet alleen was er het ergerlijk zachtpratende hippiemeisje, het drankje werkte al bij al weinig of niet. Positief aan de avond op blote voeten was de uiteenzetting over het Incarijk, gegeven door de brouwer hemzelve, een waarlijk interessante geschiedenis.
Dan was er nog Jovanna, met wie ik volgende dag op schoolreis ging. Het zit zo: ik was aan de praat geraakt met een professor Toerisme en Handel aan de universiteit van Cusco, Jovanna dus, die me prompt meevroeg om samen met haar en 70 studenten de nabije heilige vallei te bezoeken. Wat een dag. Niet enkel passeerden enkele van de indrukwekkendste archeologische sites de revue, ook werd ik vergast op een insidersblik op de hedendaagse Peruaanse cultuur en brak er bij terugkeer op de bus een zang- dansfeest los, aangevuurd door de prof haarzelve. De avond werd afgesloten met nog meer gedans en een enorme schaarste aan drink- en rustpauzes.
Lima, 14 april 17u35. Pourcq est arrivé. En dat zal de lokale middenstand geweten hebben. Als de vraagprijs voor een taxi drie soles is en de basisprijs twee, gingen wij voor één. All-inn tours doen werd een vorm van besparen en éénmaal werd zelfs op een maaltijd afgeboden. De eerste van die tours was een jungletocht in het Amazonewoud nabij Iquitos, een bijzonder liberale (er was een miss gay verkiezing) en Oosters aandoende stad die enkel via boot of vliegtuig te bereiken is. De groep bestond uit onszelf, een Italiaanse die het dubbele betaald had, onze gids Hernan en nog iemand. Samen voeren we op de oorsprong van de Amazone, moeder aller rivieren. Het regenwoud in het regenseizoen zijnde hadden we nog betrekkelijk goed weer. Er werden boottochtjes tussen de roze dolfijnen ondernomen, pirañas gevangen (elk drie), kaaimannen gezocht maar niet gevonden en junglevarkens geschoten. Hoogtepunt was het kamperen in de onbewoonde jungle. Het verschil tussen weinig en geen mensen is subtiel maar gevoelig. Je verlaat de mensenwereld en betreedt het dierenrijk en dat is een bijzondere ervaring. Wellicht moeten zeilers iets gelijkaardigs voelen als ze Engeland voorbij worden geblazen.
Daags nadien werd deze ervaring gevierd met junglebier, jungleplanten en een voetbalmatch tegen de jungleboys die we verloren, deels omdat ik die kleinmannen maar niet uit elkaar kon houden. Omdat de boot richting mensdom niet kwam opdagen, werden we verplicht het vliegtuig te nemen, pijnlijk. Gezien El Pourcq Macchu Picchu gemist had, stond er een tempel op het menu en wat voor één. Kuélap is twee keer zo oud en even gespierd als de grote broer. Grootste voordeel is het aantal toeristen, naast onszelf een viertal verdwaalde zielen. Als toemaatje lag op twee uur de derde hoogste waterval ter wereld, die echter niet zo indrukwekkend overkomt.
Wie denkt dat wij hier elke nacht beschonken de straten afschuimen heeft het goed mis. Niet zelden kruipen wij schaamtelijk vroeg onder de wol, om bij het krieken van de dag alweer paraat te staan. Niet zo in Trujillo alwaar het onze missie was uit te gaan, wat goed gelukt is en deugd heeft gedaan, evenals het voorafgaand dagje zon, zee en strand...heerlijk!
Het strand bracht onze povere anatomie aan het licht dus werd een bergtocht geboekt in de Cordillera Blanca, het Zwitserland van Peru. Vier dagen wandelen in de ongerepte natuur klinkt velen als muziek in de oren, ik was op mijn hoede. Er werd echter in draagezels voorzien dus moest niet al te sterk gerantsoeneerd worden. Met 13 waren we, een grote bende maar dat had ook z'n voordelen. Dag 1, 3 en 4 waren een makkie, dag 2 was met een bergpas op 4750m hoogte andere koek, zeker omdat we éénmaal boven vergast werden op een hagelbui. Desalniettemin was vier dagen tussen imposante bergtoppen, eeuwige sneeuw, staalblauwe meren en malse sappige 'alpen'weidetjes een ervaring.
Geëindigd werd in Lima, hoofstad van de Nieuwe Wereld. Deze stad heeft altijd tot mijn verbeelding gesproken en die verwachting heeft ze desondanks de kritieken in de reisgidsen ingelost. Er hangt iets in de lucht. Enkele kloosters, de Jungle Bar, Lima by night en een fenomenaal waterspektakel later was het tijd om afscheid te nemen, Pourcq naar huis, ik verder Noordwaarts naar Máncorra. Daar was mij een Lokihotel aangeraden dat echter tegenviel. De aanwezigen waren vooral Comonwealth, feestvierders en flashpackers die een onderkoelde hersenloze sfeer met zich meebrachten. Next!
Even zien hoe mijn ngo-leven er zou uitzien. In Ecuador, nabij Quito werkt de Spaanse Maria er voor een ngo die de plaatselijke Indiase bevolking ondersteunt in hun strijd voor zeggingschap over de natuurlijke rijkdommen. Ongeveer wat ik ook had willen doen in een niet zo ver verleden. Eerste indruk: moeilijk. Reizen en werken in wereldsteden is één ding, een project opzetten in een afgelegen gat is een ander paar mouwen. Het geeft mij echter wel de gelegenheid om de domestieke Bram in mij los te laten en wat tot bedaren te komen. Nog een voordeel, ik zit niet ver van onze andere missionaris, Eveline, die een weekend tussen het johnnyvolk in Quito wel zit zitten. Daarna: Colombia, het enige wielerland in Zuid-Amerika en leverancier één onzer renners. Eens zien of ik ook geflikt wordt.
tekst: Bram
foto's: Pourcq (volgt nog want hij heeft ze mee naar België)
Dan was er nog Jovanna, met wie ik volgende dag op schoolreis ging. Het zit zo: ik was aan de praat geraakt met een professor Toerisme en Handel aan de universiteit van Cusco, Jovanna dus, die me prompt meevroeg om samen met haar en 70 studenten de nabije heilige vallei te bezoeken. Wat een dag. Niet enkel passeerden enkele van de indrukwekkendste archeologische sites de revue, ook werd ik vergast op een insidersblik op de hedendaagse Peruaanse cultuur en brak er bij terugkeer op de bus een zang- dansfeest los, aangevuurd door de prof haarzelve. De avond werd afgesloten met nog meer gedans en een enorme schaarste aan drink- en rustpauzes.
Lima, 14 april 17u35. Pourcq est arrivé. En dat zal de lokale middenstand geweten hebben. Als de vraagprijs voor een taxi drie soles is en de basisprijs twee, gingen wij voor één. All-inn tours doen werd een vorm van besparen en éénmaal werd zelfs op een maaltijd afgeboden. De eerste van die tours was een jungletocht in het Amazonewoud nabij Iquitos, een bijzonder liberale (er was een miss gay verkiezing) en Oosters aandoende stad die enkel via boot of vliegtuig te bereiken is. De groep bestond uit onszelf, een Italiaanse die het dubbele betaald had, onze gids Hernan en nog iemand. Samen voeren we op de oorsprong van de Amazone, moeder aller rivieren. Het regenwoud in het regenseizoen zijnde hadden we nog betrekkelijk goed weer. Er werden boottochtjes tussen de roze dolfijnen ondernomen, pirañas gevangen (elk drie), kaaimannen gezocht maar niet gevonden en junglevarkens geschoten. Hoogtepunt was het kamperen in de onbewoonde jungle. Het verschil tussen weinig en geen mensen is subtiel maar gevoelig. Je verlaat de mensenwereld en betreedt het dierenrijk en dat is een bijzondere ervaring. Wellicht moeten zeilers iets gelijkaardigs voelen als ze Engeland voorbij worden geblazen.
Daags nadien werd deze ervaring gevierd met junglebier, jungleplanten en een voetbalmatch tegen de jungleboys die we verloren, deels omdat ik die kleinmannen maar niet uit elkaar kon houden. Omdat de boot richting mensdom niet kwam opdagen, werden we verplicht het vliegtuig te nemen, pijnlijk. Gezien El Pourcq Macchu Picchu gemist had, stond er een tempel op het menu en wat voor één. Kuélap is twee keer zo oud en even gespierd als de grote broer. Grootste voordeel is het aantal toeristen, naast onszelf een viertal verdwaalde zielen. Als toemaatje lag op twee uur de derde hoogste waterval ter wereld, die echter niet zo indrukwekkend overkomt.
Wie denkt dat wij hier elke nacht beschonken de straten afschuimen heeft het goed mis. Niet zelden kruipen wij schaamtelijk vroeg onder de wol, om bij het krieken van de dag alweer paraat te staan. Niet zo in Trujillo alwaar het onze missie was uit te gaan, wat goed gelukt is en deugd heeft gedaan, evenals het voorafgaand dagje zon, zee en strand...heerlijk!
Het strand bracht onze povere anatomie aan het licht dus werd een bergtocht geboekt in de Cordillera Blanca, het Zwitserland van Peru. Vier dagen wandelen in de ongerepte natuur klinkt velen als muziek in de oren, ik was op mijn hoede. Er werd echter in draagezels voorzien dus moest niet al te sterk gerantsoeneerd worden. Met 13 waren we, een grote bende maar dat had ook z'n voordelen. Dag 1, 3 en 4 waren een makkie, dag 2 was met een bergpas op 4750m hoogte andere koek, zeker omdat we éénmaal boven vergast werden op een hagelbui. Desalniettemin was vier dagen tussen imposante bergtoppen, eeuwige sneeuw, staalblauwe meren en malse sappige 'alpen'weidetjes een ervaring.
Geëindigd werd in Lima, hoofstad van de Nieuwe Wereld. Deze stad heeft altijd tot mijn verbeelding gesproken en die verwachting heeft ze desondanks de kritieken in de reisgidsen ingelost. Er hangt iets in de lucht. Enkele kloosters, de Jungle Bar, Lima by night en een fenomenaal waterspektakel later was het tijd om afscheid te nemen, Pourcq naar huis, ik verder Noordwaarts naar Máncorra. Daar was mij een Lokihotel aangeraden dat echter tegenviel. De aanwezigen waren vooral Comonwealth, feestvierders en flashpackers die een onderkoelde hersenloze sfeer met zich meebrachten. Next!
Even zien hoe mijn ngo-leven er zou uitzien. In Ecuador, nabij Quito werkt de Spaanse Maria er voor een ngo die de plaatselijke Indiase bevolking ondersteunt in hun strijd voor zeggingschap over de natuurlijke rijkdommen. Ongeveer wat ik ook had willen doen in een niet zo ver verleden. Eerste indruk: moeilijk. Reizen en werken in wereldsteden is één ding, een project opzetten in een afgelegen gat is een ander paar mouwen. Het geeft mij echter wel de gelegenheid om de domestieke Bram in mij los te laten en wat tot bedaren te komen. Nog een voordeel, ik zit niet ver van onze andere missionaris, Eveline, die een weekend tussen het johnnyvolk in Quito wel zit zitten. Daarna: Colombia, het enige wielerland in Zuid-Amerika en leverancier één onzer renners. Eens zien of ik ook geflikt wordt.
tekst: Bram
foto's: Pourcq (volgt nog want hij heeft ze mee naar België)