donderdag 23 juli 2009

9de verslag: the end

De laatste dagen, pfff. Ik kan nauwelijks meer slapen, eet niet meer, loop verward rond en heel mijn lichaam is ontregeld. Het is echter niet gezegd dat de klachten psychosomatisch zijn want er loopt hier een kat rond en ik ben allergisch voor katten.

De laatste weken heb ik niet zozeer in Rio dan wel met mijn vrienden uit São José dos Campos doorgebracht. Hoogtepunten waren het bezoek aan de ongemeen machtige watervallen van Iguazu, een road trip doorheen Minas Gerais met vriend Dom, waarbij we de historische steden aandeden en waarbij ik niet mocht rijden en het dubbele afscheidsfeest van de Colombiaanse Jessica, die in reactie op Susi´s dubbele preek betreffende een gebrek aan pro-activiteit naar goede Latina-gewoonte de vloer blank zette met tranen, inwendig gevolgd door haar lief die zich de laatste nacht wellicht anders had voorgesteld. Een mens verveelt zich niet in Brazilië.

De laatste weken moest nog wat gewerkt worden gezien de bron ernstig met uitdroging bedreigd is. Geen sociologie maar Engels deze keer. Eén studente had ik, die bovendien jarig was en me uitnodigde naar het feest in haar geboortedorp nabij (160 km) Brasilia. Daags voordien toekomende had ik tijd om met een couchsurfster -type Rotaryclub- de stad te verkennen, per auto want de stad is niet berekend op voetgangers. Het is wellicht de minst Braziliaanse stad die er is: gepland, geordend en veilig. Daags nadien het verjaardagsfeest in de staat Minas Gerais, het West-Vlaanderen van Brazilië. Elf broers en zussen heeft ze, sommigen al met eigen kroost, en allemaal wilden ze de Belg present zat voeren. Het is dan ook met enige trots (hier met die driekleur!) dat ik kan zeggen dat dit niet gelukt is, ondanks het onchristelijke startuur. De nacht en volgende dag werden christelijker doorgebracht, met name bij de Karmelieten, de orde waar haar broer toe behoort. Gezien Geraldo met een 27-jarige secretaresse en een kokkin samenwoont is het huis van God niet zonder vrouwen. Als ik later groot ben, wil ik ook Karmeliet worden.

De laatste dagen betekenen ook bezinning en reflectie. Ziehier Bram´s pop poll:

Mooiste vrouwen (land)
  1. Colombia
  2. Brazilië
  3. Argentinië
Mooiste vrouwen (stad)
  1. Buenos Aires (Arg)
  2. Medellin (Col)
  3. Rio de Janeiro (Bra)
Indrukwekkendste sites
  1. Macchu Picchu, Peru
  2. Cataratas de Iguazu, Arg/Bra
  3. Jungle, Peru
Mooiste steden
  1. Rio de Janeiro (Bra)
  2. Cusco, (Per)
  3. Cartagena, (Col)
Lekkerste keuken
  1. Peru
  2. Brazilië
  3. Colombia
Dingen van thuis die ik het meest miste (materieel)
  1. mijn auto
  2. de radio
  3. alle eten
Na mijn afscheidsfeestje in São José dos Campos besloot ik nog drie dagen door te brengen in Rio de Janeiro, en dat was een goede beslissing. Per slot van rekening is Rio de ware ziel van Brazilië en is het dé plek om afscheid te nemen van dit wilde continent. Gisteren ben ik dan ook een laatste keer naar de uitgangswijk Lapa geweest en vandaag zou ik honderd en één dingen moeten doen, maar doe ik wat een ware Carioca hoort te doen bij mooi weer: op het strand van Ipanema zachtjes wegdromen.

Tot straks.

Bram

vrijdag 5 juni 2009

8ste verslag: Colombia

Excuses voor het lange wachten beste vrienden. Voor alle duidelijkheid, het zijn mijn laatste dagen in Colombia, momenteel de hipste bestemming van Zuid-Amerika. Gabriel Garcia Márquez weet waarom: "zet vijf Colombianen in een kamer en je hebt een feestje." Volledig mee akkoord, maar graag had ik nog enkele zaken toegevoegd.

Plaatsen

Colombia is gezegend met enkele magische steden en dorpjes. Mijn favoriete stekken liggen voornamelijk in het binnenland.

Cali, de hoofdstad van de salsa met het bijhorend zwoel (uitgangs)klimaat.

Medellin, tot voor kort één der gevaarlijkste steden in Zuid-Amerika en nu de natte droom van elke urbanist plus simpelweg een zeer aangename stad om enkele weken in rond te dolen. De Paisas (inwoners van Medellin) worden terecht tot de vriendelijkste mensen dezer planeet gerekend.

Bogotá, tolerante miljoenenmetropool waar elke dag iets te doen is en waar ik alles samen twee weken verbleven heb. Fantastische stad! Bij het voorbij zien gaan van de Gay Parade werd ook vastgesteld dat de roze familie alle culturen overschrijdt, niets zo internationaal als een gay.

Armenia, nabij de Zona Cafetéra, waar 90% van alle Colombiaanse koffie wordt geproduceerd wat zich vertaald in een schouwspel van groene rollende heuvels omhuld door lichte wolken. Mysterieus, doch aan de frisse kant.

Santa Fé de Antioquias, mijn favoriet. Een klein historisch dorpje waar Paisas hun weekendhuisje hebben. Voornaamste atractie: de perfecte warmte.

Het Noorden en de kust vielen mij wat tegen, wat wil zeggen dat het nog steeds bovengemiddeld is maar toch niet zó geweldig meer. Zo is Cartagena, dé historische stad van Colombia, op het eerste zicht feeëriek en romantisch, maar is het bij nader inzien een stad geregeerd door prostituees en straatdealers. Andere kuststeden worden wegens de talrijke toeristen geplaagd door hetzelfde fenomeen. Uitzondering hierop is Parque Tayrona. In het algemeen kan volgende vuistregel gehanteerd worden: hoor je Engels of Hebreeuws: bezoek enkel het hoogstnodige.

Activiteiten

Als je al een tijdje onderweg bent, is het budget voor extra's beperkt. Drie uitzonderingen hierop: de salsalessen in Medellin, het duiken aan de Caribische kust en parapente in San Gil. U las het wel degelijk goed, salsalessen. In Cali werd namelijk snel duidelijk dat ik zonder enige professionele begeleiding nergens zou komen, dus werd een salsacursus geboekt, 16 uur. Dit is het echte reizen beste vrienden, de sprong wagen, de stap van unter- naar übermensch. Ik bracht het er nog behoorlijk vanaf, maar wat een ontgoocheling toen ik merkte dat salsa romantica niet zo populair is en dat men in elke stad anders salsa danst.

"With my feet in the air and my head on the ground" : het duiken. Nergens in Zuid-Amerika kan dit goedkoper. Ik heb ervan geprofiteerd en meteen de nachtduik besteld. Enkele vasstellingen: raar genoeg is het 's nachts onder water niet pikdonker, plankton is fluoricerend en vissen slapen wel degelijk 's nachts.

De parapente was nog beter. Na zwaar onderhandelen ben ik voor een spotprijs een uur boven één der grootste canyons ter wereld gaan hangen. Geweldig! Ware het niet dat mijn piloot op het eind geen warme lucht meer vond om uit de kloof te geraken. Wat een fantastisch idee was het om in het laagstgelegen gebied van de kloof te landen en te voet terug naar boven te gaan, briljant.

Couchsurfing

Colombia is het eerste land waar ik via het internet heb gecouchsurft. Dit houdt in dat je via een internetsite mensen vindt die een zetel of extra bed ter beschikking stellen zodat je op een alternatieve manier kan reizen en geen hostel hoeft te betalen. Van jou wordt vanzelfsprekend hetzelfde verwacht eenmaal terug thuis. Een heel interessante formule. Je eet hun eten, je deelt hun zondag en leert alle vrienden, moeders en grootmoeders kennen. In ruil voor hun gastvrijheid kook ik, meestal Vlaamse streekgerechten. Zo gebeurde dit in Armenia, Cartagena en San Gil. Deze manier van reizen is zéér sterk aan te bevelen.

Ook kom je soms op plaatsen die in geen enkele gids vermeld staan. Via een nationale bijeenkomst van alle couchsurfers ben ik in Florian gestrand. Om u het gatgehalte duidelijk te maken: er is geen mosterd in het dorp, kraantjeswater is bruin en er is enkel vlees op zaterdag. Net toen ik me afvroeg waar ik in godsnaam verzeild was gereikt, keek ik vanop het dakterras naar buiten en kon ik mijn ogen nauwelijks geloven, wat een overweldigend landschap. Dat dit nog niet op de toeristische kaart staat is een misdaad en een zegen. Zijn er dan geen minpuntjes aan Colombia? Jawel.

Ahorita

Afgeleid van het woord ahora, wat "nu" wil zeggen, maar in realiteit geenszins nu of zelfs maar straks betekent. "De bus vertrekt ahorita" of "ahorita gaan we gaan lunchen" geven hoop, maar o wee de naïeve vreemdeling die denkt dat dit betekent dat hij binnen een half uur aan tafel zit. Er wordt twintig keer over en weer gebeld, er wordt zonder het medeweten van de tegenpartij van uur of plaats veranderd en je bent de hele dag aan het wachten op iemand die misschien nooit echt van plan was op te dagen. Kent z'n gelijke niet in Zuid-Amerika.

Cultuur

Dit gezegd zijnde, zijn Colombianen heel fijne mensen en ligt de hoofdreden van de aantrekkingskracht van Colombia net in de aard van de bevolking. Combineer ongelimiteerde gastvrijheid met een opperbest humeur en een hoog entertaingehalte en je hebt de doorsnee-Colombiaan. De glimlach is alomtegenwoordig, en het is moeilijk niet mee te glimlachen. De mensen lijken, nee zijn gelukkig. Anderhalve maand heb ik dit geluk bestudeerd en ik ben eruit wat het geheim is: elkaar. Altijd zijn de mensen samen en als je al eens iemand ziet die alleen is, dan is hij aan het wachten op iemand die ahorita eraan komt.

Drugs

Colombia staat bekend voor z'n cocaïne en ook marihuana wordt hier volop geteeld, maar dit moet aan de consumptiezijde wel het meest drugsvrije land ter wereld zijn. In Rock al Parque zag ik quasi niemand een joint roken en toen ik op zoek ging naar de biertent...er was gewoon geen! Op een rockfestival! Ook cocaïne is voornamelijk een toeristenattractie. Colombianen hebben geen drugs nodig.

Vrouwen

Argentinië heeft z'n steaks, Peru z'n Macchu Picchu, Colombia z'n vrouwen. Ze zijn geweldig: knappe, verstandige, hete bliksems. Het geheim zit hem echter in het woord "descomplicada". Vrouwen omschrijven zichzelf graag als ongecompliceerd, eenvoudig. Niet dat ze dat altijd zijn, maar ze streven het dan toch na.

Volgend verslag zal meteen het laatste zijn, dit vanuit Rio. Met andere woorden: ik kom eraan!

Hasta pronto,

Bram


zaterdag 9 mei 2009

7de verslag: van Cusco naar Quito

Een week lang zou ik in de gringo-hoofdstad van Latijns-Amerika blijven. Gelukkig waren daar enkele mensen om me er doorheen te loodsen. Zo was er de zwijgzame Zweed Jesper, met wie ik het tot mijn doel maakte om van de San Pedro plant te kunnen proeven: een drankje dat zowel een fysieke als spirituele heilzame werking heeft. Net voor de aftrap koos Jesper echter voor het hazenpad dus stond ik er plots alleen voor. Onze strooptocht had echter al veel informatie opgeleverd dus kon ik de volgende dag naar een dorpje niet ver van Cusco waar enkele curadores (genezers) waren neergestreken. Daar verzekerde zo'n genezer me dat ik zou doodgaan als ik San Pedro zou drinken en kreeg ik in de plaats een spirituele spoeling op basis van aardse en christelijke elementen en las hij mijn ei. Ook voorspelde hij mijn toekomst aan de hand van tarotkaarten waarin weer duidelijk naar voor kwam dat ik zou sterven als ik... . Een second opinion dus en ja hoor, deze deed het wel. Teleurstellend vrienden. Niet alleen was er het ergerlijk zachtpratende hippiemeisje, het drankje werkte al bij al weinig of niet. Positief aan de avond op blote voeten was de uiteenzetting over het Incarijk, gegeven door de brouwer hemzelve, een waarlijk interessante geschiedenis.

Dan was er nog Jovanna, met wie ik volgende dag op schoolreis ging. Het zit zo: ik was aan de praat geraakt met een professor Toerisme en Handel aan de universiteit van Cusco, Jovanna dus, die me prompt meevroeg om samen met haar en 70 studenten de nabije heilige vallei te bezoeken. Wat een dag. Niet enkel passeerden enkele van de indrukwekkendste archeologische sites de revue, ook werd ik vergast op een insidersblik op de hedendaagse Peruaanse cultuur en brak er bij terugkeer op de bus een zang- dansfeest los, aangevuurd door de prof haarzelve. De avond werd afgesloten met nog meer gedans en een enorme schaarste aan drink- en rustpauzes.

Lima, 14 april 17u35. Pourcq est arrivé. En dat zal de lokale middenstand geweten hebben. Als de vraagprijs voor een taxi drie soles is en de basisprijs twee, gingen wij voor één. All-inn tours doen werd een vorm van besparen en éénmaal werd zelfs op een maaltijd afgeboden. De eerste van die tours was een jungletocht in het Amazonewoud nabij Iquitos, een bijzonder liberale (er was een miss gay verkiezing) en Oosters aandoende stad die enkel via boot of vliegtuig te bereiken is. De groep bestond uit onszelf, een Italiaanse die het dubbele betaald had, onze gids Hernan en nog iemand. Samen voeren we op de oorsprong van de Amazone, moeder aller rivieren. Het regenwoud in het regenseizoen zijnde hadden we nog betrekkelijk goed weer. Er werden boottochtjes tussen de roze dolfijnen ondernomen, pirañas gevangen (elk drie), kaaimannen gezocht maar niet gevonden en junglevarkens geschoten. Hoogtepunt was het kamperen in de onbewoonde jungle. Het verschil tussen weinig en geen mensen is subtiel maar gevoelig. Je verlaat de mensenwereld en betreedt het dierenrijk en dat is een bijzondere ervaring. Wellicht moeten zeilers iets gelijkaardigs voelen als ze Engeland voorbij worden geblazen.

Daags nadien werd deze ervaring gevierd met junglebier, jungleplanten en een voetbalmatch tegen de jungleboys die we verloren, deels omdat ik die kleinmannen maar niet uit elkaar kon houden. Omdat de boot richting mensdom niet kwam opdagen, werden we verplicht het vliegtuig te nemen, pijnlijk. Gezien El Pourcq Macchu Picchu gemist had, stond er een tempel op het menu en wat voor één. Kuélap is twee keer zo oud en even gespierd als de grote broer. Grootste voordeel is het aantal toeristen, naast onszelf een viertal verdwaalde zielen. Als toemaatje lag op twee uur de derde hoogste waterval ter wereld, die echter niet zo indrukwekkend overkomt.

Wie denkt dat wij hier elke nacht beschonken de straten afschuimen heeft het goed mis. Niet zelden kruipen wij schaamtelijk vroeg onder de wol, om bij het krieken van de dag alweer paraat te staan. Niet zo in Trujillo alwaar het onze missie was uit te gaan, wat goed gelukt is en deugd heeft gedaan, evenals het voorafgaand dagje zon, zee en strand...heerlijk!

Het strand bracht onze povere anatomie aan het licht dus werd een bergtocht geboekt in de Cordillera Blanca, het Zwitserland van Peru. Vier dagen wandelen in de ongerepte natuur klinkt velen als muziek in de oren, ik was op mijn hoede. Er werd echter in draagezels voorzien dus moest niet al te sterk gerantsoeneerd worden. Met 13 waren we, een grote bende maar dat had ook z'n voordelen. Dag 1, 3 en 4 waren een makkie, dag 2 was met een bergpas op 4750m hoogte andere koek, zeker omdat we éénmaal boven vergast werden op een hagelbui. Desalniettemin was vier dagen tussen imposante bergtoppen, eeuwige sneeuw, staalblauwe meren en malse sappige 'alpen'weidetjes een ervaring.

Geëindigd werd in Lima, hoofstad van de Nieuwe Wereld. Deze stad heeft altijd tot mijn verbeelding gesproken en die verwachting heeft ze desondanks de kritieken in de reisgidsen ingelost. Er hangt iets in de lucht. Enkele kloosters, de Jungle Bar, Lima by night en een fenomenaal waterspektakel later was het tijd om afscheid te nemen, Pourcq naar huis, ik verder Noordwaarts naar Máncorra. Daar was mij een Lokihotel aangeraden dat echter tegenviel. De aanwezigen waren vooral Comonwealth, feestvierders en flashpackers die een onderkoelde hersenloze sfeer met zich meebrachten. Next!

Even zien hoe mijn ngo-leven er zou uitzien. In Ecuador, nabij Quito werkt de Spaanse Maria er voor een ngo die de plaatselijke Indiase bevolking ondersteunt in hun strijd voor zeggingschap over de natuurlijke rijkdommen. Ongeveer wat ik ook had willen doen in een niet zo ver verleden. Eerste indruk: moeilijk. Reizen en werken in wereldsteden is één ding, een project opzetten in een afgelegen gat is een ander paar mouwen. Het geeft mij echter wel de gelegenheid om de domestieke Bram in mij los te laten en wat tot bedaren te komen. Nog een voordeel, ik zit niet ver van onze andere missionaris, Eveline, die een weekend tussen het johnnyvolk in Quito wel zit zitten. Daarna: Colombia, het enige wielerland in Zuid-Amerika en leverancier één onzer renners. Eens zien of ik ook geflikt wordt.

tekst: Bram
foto's: Pourcq (volgt nog want hij heeft ze mee naar België)

dinsdag 7 april 2009

6de verslag: mijn restaurant

Ik citeer:
"Bolivia's culinary gold medal goes to this Frenh-run resto. It's worth every step of the 15 minute walk out of town for it's phenomenal salads, crêpes and bruzy atmosphere"
En dat voor 3-6 euro. Geef toe, dat schept toch zekere verwachtingen.

Bram: "Voor mij de dagsuggestie aub, lam in currysaus"
dienster: "Is er niet"
Bram: "Doe dan maar de andere dagsuggestie"
dienster: "Hebben we ook niet. En 't is eigenlijk hetzelfde"
Bram: "Bon, dan maar de lama in de look, en als voorgerecht een aspergesoep"
Eveline: "Voor mij salade nummer twee als voorgerecht aub en de forel op de wijze van de chef als hoofdgerecht"
dienster: "Forel van de chef is er niet, wel andere forellen"
Eveline: " Neen, geef mij dan maar de kip."
dienster: "Is genoteerd."

(een half uur later)

dienster: "Alstublief, één kip en één lama."
Bram: "En waar is mijn soep?"
dienster: "Ah,... die is er ook niet."
Eveline: "En mijn salade?"
dienster: "...euh...even vragen aan de chef (...) neen, dat is er ook niet.
Hier met die sterren! Fenomenaal! 10 op 10! Die bediening! Ziehier een greep uit onze culinaire ervaringen. Verder stellen we het zeer goed, dank u.



Na Sucre zijn we richting Tupiza gehotst, wat lijkt op een dorpje in de Far West. En wat doet een mens in de Far West? Paardrijden natuurlijk. Eveline mag dan wel stevig in het zadel zitten, wegens allergie en aversie heb ik nauwelijks ervaring met die beesten. Ze hadden voor mij dan ook een zeer braaf exemplaar uitgekozen: Esmeralda. Snotterend en niezend baanden we ons een weg door een landschap dat inderdaad veel van de Far West weg heeft, dit met de deskundige uitleg van onze 5-jarige gids. Verder hebben we in dit stadje les gekregen van een antropoloog (Inca's denken niet binair) en hebben we veel slechte pizza's gegeten. Waarom zijn we er dan gebleven? Omdat dit het vertrektpunt was van onze vierdaagse tocht naar de grootste zoutvlakte ter wereld: de Salar de Uyuni, aka den salaar.
















Soldaten van dienst: een jong Frans kopppel genaamd Matthieu en Ameline, wij en Arthuro, een iets rijpere Australiër. Laatstgenoemde was onze favoriet, niet in het minst omdat hij al mijn grappen zeer geestig vond. Voorin de jeep zat het gezin Luis (chauffeur-gids), Lucie (kokkin) en hun zoontje Enrique (airbag). De foto's spreken voor zich, de natuur was spectaculair. Op 4200 meter hoogte is er licht- noch luchtvervuiling wat resulteert in een overweldigdende sterrenhemel. Minpunt bij deze tocht was de trieste aanblik van talloze half of volledig opgedroogde meren en gesmolten ijskappen. Terwijl het bij ons een aangename twee graden warmer wordt, draagt dit al arme land nu al zware gevolgen.
We eindigden de toch met het spectaculairste: de zoutvlakte. Het betreft een opgedroogde binnenzee bijna half zo groot als België, alles wit. Hallucinant!






















































Bolivië is een mooi land maar het ligt te hoog. 's Avonds is het er altijd koud waardoor rokjes in de rugzak blijven, tot grote ergernis van Eveline. Ik wist echter van een klein laaggelegen en dus warm plaatsje genaamd Coroico. Zon! Luieren! Zwembad! Fantastische uitzichten! Een restaurant met de culinaire gouden medaille... Daarna de gringo trail volgend naar Copacabana, nabij Lago Titicaca. Op een eilandje in het meer hebben we er één van de speciaalste zonsondergangen gezien, maar het spectaculairst vond ik nog wat rond het meer stond: helemaal niets.

















01/04/2009. Welkom in Peru, alwaar remmen voor de bocht iets Westers is. Ik had eigenlijk niet zo'n goed beeld van Peru, voornamelijk afkomstig van die panfluitspelers op de Gentse Feesten. Ik hoorde ook dat de stad Cusco nabij Machupicchu héél toeristisch en dus duur is en eerlijk gezegd vroeg ik me af waarom iedereen zo'n heisa maakt rond Machupicchu, de ruïnes zijn tenslotte amper 500 jaar oud, ik heb al tegen ouder staan pissen.

En dan...wat een meevaller! Peruanen blijken vriendelijke lolbroeken te zijn, Cusco is een hele mooie en makkelijke stad en Machupicchu...onbeschrijfelijk. Zonder de ruïnes alleen al is de plaats on-ge-loof-lijk indrukwekkend, het ultieme berggevoel. En dan, precies op de juiste plek hebben de Inca's een citadel gebouwd, compleet in harmonie met de omringende natuur. We waren daarenboven heel vroeg dus was er weinig volk én heel uitzonderlijk voor de tijd van het jaar: een stralende zon. Veel beter kan het niet. Ondertussen hadden we ook vriendjes gemaakt met Andrès, een geestige Chileen die ook graag een glas drinkt en met wie we 's avonds de plaaselijke discotheek bezochten. En wat zag ik daar? Peruanen kunnen ook niet dansen, gedaan met afgaan op de dansvloer.

Om met de trein naar Machupicchu te gaan moet je 92 dollar betalen. Daarom besloten we spaarzaam te zijn en via een lange omweg er met de bus naartoe te gaan en het laatste eind te wandelen langs het spoor. Ironisch genoeg heeft men gisteren ongeveer datzelfde bedrag uit mijn zakken gegritst tijdens een (rot)processie in Cusco. Eveline heeft mij nu ook vandaag nog eens verlaten en nu zit ik hier eenzaam en alleen. Niet getreurd echter, het avontuur gaat voort vanaf volgende week, met Pourcq deze keer. Adios!




vrijdag 6 maart 2009

5de verslag: van BA naar BO

De maand februari in Buenos Aires betekende meer van hetzelfde. De huiselijke sfeer in het appartement bleef excellent, er werd nog steeds volop gegeten, gedronken en gedanst en in het callcenter haalde ik nog steeds mijn bonussen niet. Nochtans deed ik echt mijn best. Nader onderzoek bracht aan het licht waarom ik minder snel werkte: ik kan helemaal niet multitasken. Eén ding tegelijk!
Ondanks dit alles heb ik geen seconde spijt deze job gedaan te hebben. Als je een andere job kan vinden moet je natuurlijk niet twijfelen, maar nu heb ik drie maanden lang een wereldstad als speeltuin gehad en enkele goeie vrienden bij. Wordt zeker vervolgd.

Maar zoals eerder vermeld: ik wou toch ook wat anders, het reizen lonkte. Alvorens Argentinië definitief te verlaten besloot ik een afscheidssteak te eten in het mooie Salta. De steak was ontgoochelend, de natuur allerminst. Samen met een dementerende française en haar puberende dochter heb ik de streek doorkruist. In een laatste poging mijn vers loon te verdubbelen heb ik me er 's avonds op het blackjacken toegelegd, ook hier weer zonder succes. Ik leer traag.

De volgende dag wandelde ik de grens over: bienvenidos a Bolivia! De trein richting Oruro reed niet wegens overvloedige regen. Gezien ik geen reisgids bijhad om alternatieven te ontwaren, vormde dit een probleem. Gelukkig werd ik opgevangen door een soort engel. Amira bracht me naar de juiste busmaatschappij, voorzag me in toiletgerief en een lichtte me in over de noodzakelijkheid van een deken (dankdankdank!). In ruil trakteerde ik haar op een achteraf gezien zeer slecht ontbijt. Bij deze: nogmaals bedankt!

Voor iemand die iets anders wil, is Bolivië de geschikte stek. In tegenstelling tot het Europees aandoenend en stedelijke Argentinië is Bolivië erg ruraal. Ruraal is een ander woord voor boertig. Zo stond er in La Paz, nochthans geen dorp, een kerel midden in de lokale Nieuwstraat lustig in het riool te pissen. Daarnaast scheren de fluimen je langs de oren en moet je bestand zijn tegen onfrisse geuren. Op zich verschilt dit niet veel van mijn jeugd, maar daar komt nog eens de brute onvriendelijkheid bij. In La Paz is het bijvoorbeeld strikt verboden te lachen. Ook antwoorden als men je iets vraag hoeft niet, laat staan beleefd en verstaanbaar antwoorden. Zelfs bedelen gebeurt met een zekere agressie waardoor mijn beugel hier gesloten blijft. Qua uiterlijk is er ook iets raars aan de hand: je kan geen leeftijd op de mensen plakken. Kijkt er dan een kleuter je aan met het gezicht van een 50-jarige...weet je niet of je hem over de bol moet aaien of meneer moet zeggen. Heel vreemd is dat.

Bolivië is zoals geweten een arm land. Zowel Paraguay, Brazilië als Chili hebben aan het grondgebied gepeuzeld en dat heeft hen geen goed gedaan. Om hun levensstandaard op te krikken hebben ze een ingenieus systeem uitgedokterd: ze rekenen toeristen een veelvoud aan. Rechtvaardig is het niet, maar de vraag is natuurlijk hoe erg je dat moet vinden als je weet dat men hier gemiddeld bijna 10 keer minder verdient, je zelf op plezierreis bent en zij vooral bezig zijn met overleven. Onze ethische commissie werkt eraan.

Ondertussen heeft Eveline me vervoegd. Zij gaat een jaar (vrijwiligers)werken in Ecuador en zag een tussenstop van een maand in Bolivië wel zitten alvorens aan de slag te gaan. Wat een wonderlijke ervaring is het opnieuw je mening te kunnen aftoetsen! Roddelen dus.

Maar...sportieve Bram wou mountainbiken. Wegens een horrorervaring in de Ardennen was Eveline niet enthousiast, dan is de "Ruta de la Muerte" natuurlijk geen goed idee. Hoewel er geen vrachtwagens meer over de drie meter brede weg denderen, is het nog steeds een ongelooflijke ervaring meer dan 3000 meter af te dalen op een een grindweg. De natuur was daarenboven overweldigd, hoewel ik me wegens de naburige ravijnen toch het liefst op de weg concentreerde. Een aanrader.

De sociaal werker bleef werken dus werd intussen een gevangenis bezocht. Je hebt het in het nieuws gezien of niet, maar in La Paz worden groepen toeristen rondgeleid door de gevangen zelf die de cipiers omkopen. Zij zijn baas, hun families wonen er, er zijn winkeltjes, restaurants en ze hebben er zelfs een cocaïnefabriek (geen grap). Ik geloofde het eerst ook niet.

Het werd tijd om La Paz te verlaten en terug normaal te kunnen ademen. Ik kan je verzekeren, op 3600 meter hoogte is een kater geen lachtertje. Geef mij dan maar Santa Cruz, warm en tropisch. Tropisch nat in ons geval. Van de stad hebben we dan ook niet echt kunnen genieten. Gelukkig bracht de tweede dag in het nabijgelegen internationaal getinte dorpje Samaipata ons zon. Tijd voor een fietstochtje. Twintig kilometer naar de watervallen: een haalbare kaart, niet? Wat mevrouw de fietsverhuurster er bij vergat te vertellen was dat het twintig kilometer bergaf ging, dus in het terugkeren twintig kilometer bergop. Nu denk ik na het bekijken van een bergetappe ook wel eens: 'dat wil ik ook', daarbij niet gehinderd door enige kennis van zaken. Nu weet ik het wel zeker, dat wil ik niet. Het werd een taxi.

Het mag gezegd worden, de mensen waren er al een stuk vriendelijker. Ze zien er ook heel anders uit en zijn een stuk welvarender. Het is dan ook niet toevallig dat de opstandjes tegen het centrale gezag van Morales steeds vanuit de provincie Santa Cruz komen. In de krant blijft dat een abstract gegeven, hier zie je het met eigen ogen. Het racisme tussen indianen en die-van-het-Oosten wordt ook niet onder stoelen of banken gestoken. Of hoe het toch eigenlijk overal hetzelfde is.

Nu zitten we in Sucre, de mooiste stad van Bolivië. Al enkele dagen schijnt de zon, wat mijn reispartner wel weet te appreciëren. We hebben er onder andere een vriendin bezocht die hier vijf maand met de mobiele school straatrakkers wat probeert bij te leren. Daarnaast doen we het nu wat rustiger aan want we hebben in een goeie week tijd al meer dan 50 uur op de bus gezeten en ik kan je verzekeren: het begrip 'weg' is zeer relatief.

Zij die de zoutvlaktes gaan zien groeten u!

Bram

dinsdag 27 januari 2009

4de verslag

Gegroet vrienden. Relatief weinig nieuws onder de zon. Het werkleven hier verschilt namelijk niet gigantisch van het werkleven in Belgie. Op gebied van plezier en vertier heb ik het eerste deel van januari vooral met de Tigre-Fransen en een roedel Finnen doorgebracht. Samen hebben we ook nog één uitstapje gedaan richting Rosario, geboortestad van Che. Ik weet niet wat professor Gobelijn er in het drinkwater heeft gedaan, maar de vrouwen zijn er zonder uitzondering beelschoon. Verder valt er bij regenweer ab-so-luut niks te beleven. Na dit uitstapje zijn de Finnen naar Brazilie getrokken en enkele -de leukste- Fransen richting Ushuaia gaan vliegvissen (...). Half februari komen ze terug met de vangst en geven we een geweldig afscheidsfeest.

Hoewel ze nog maar drie weken weg zijn, lijkt dit alles al een jaar geleden.

De strijd in het appartement is intussen beslecht: ik ben verhuisd. De nieuwe woonst is een meevaller, er is ambiance in huis. Er wordt vaak gekookt, er komen vrienden over de vloer, er wordt samen uitgegaan... een gezellige boel. Medebewoners zijn Hannah (Stockholm), Caitlin (Boston) en, hetzij tijdelijk, Julie (Wevelgem). Matthew (NY) heeft ondertussen Hannahs plaats ingenomen en de Argentijnse kruiden komen van Flor. Minpuntje is dat er met twee Amerikanen teveel Engels, excuseer Amerikaans, wordt gesproken, maar het is te idioot om in gebrekkig Spaans te praten als dat niet nodig is. Desalniettemin is het altijd leuk thuiskomen hier.


De job dan. Buiten het feit dat ik ontieglijk vroeg moet opstaan, weinig leuke collega's heb, het doodsaai is, ik mijn bonussen niet haal en voor een peulschil werk, valt het goed mee. Ik probeer zoveel als mogelijk de voordelen ervan in te zien en klaag niet. Zo heb ik bij de bakker nog nooit zoveel keuze gehad -als hij tenminste al open is- en krijg ik gratis koffie. En leer ik dan te weinig Spaans, ik schaaf toch tenminste mijn Frans bij gezien ik nu ook onze Waalse, Franse en Zwitserse vrienden bijsta. Bijkomend maar niet onbelangrijk: 9 uur per dag is het volstrekt onmogelijk om geld uit te geven, een zegen voor mijn bankrekening.

Ik heb er ondertussen enkele andere projecten bijgekregen. Zo verleen ik nu dan toch support voor EA games en wat andere spelletjesfabrikanten, wat vrij goed meevalt. Met stip op een echter: Local Billing. Dit bedrijf verzorgt de transacties voor betaalwebsites en voor welke sites moet je betalen? PubMed? Juist: porno. Combineer verdachte 'crosssales' met het niet lezen van de voorwaarden bij het intekenen en mannen of zonen die de Visakaart van de onwetende vrouw/moeder gebruiken en je begrijpt dat ik de dag goed doorkom.

Nog enkele extra's:
  • Leve de taxi! Buenos Aires komt vooral 's nachts tot z'n recht en de beste manier om de stad te verkennen is per taxi. Goedkoop, overal aanwezig en toch blijft het elke keer een verwennerij om zo door de onmetelijke stad te dwalen. Staat in schril contrast tot de bussen waarvan ik de dienstregeling nog steeds niet ontcijferd heb.
  • Net zomin als de tv-gids. De programmatie/cultuur is hier trouwens fel door de States beinvloed, wat resulteert in een eindeloze vloed films met Ben Stiller.
  • Overal krijg ik te horen dat ik op een Israeliet lijk. Waar ik dit bij aanvang nogal vervelend vond, ruik ik nu mijn kans op goedkope bouwgrond. Het vreemde is dat ik er echt wel goed op lijk. Ik denk dat er moet gepraat worden als ik thuiskom.
  • Er heerst hier een strikte etnische scheiding. Zo hebben de Argentijnen de reguliere jobs, Peruvianen en Bolivianen werken in de goedkopere restaurants, Aziaten houden een supermarkt (genaamd chine) en zwarten verkopen steevast horloges en juwelen. Sommigen spreken van een gesloten kastensysteem, ik noem het vooral duidelijk.
  • Backpackers reizen tegenwoordig met de laptop, liefst een PowerBook G4. Facebook he...
  • Ik blijf hier nog tot eind februari en vertrek dan richting Bolivie. Hoewel ik het hier vrij goed naar mijn zin heb, moet ik bekennen dat de horizon lonkt!
Graag tot de volgende.

Bram



zondag 30 november 2008

3de verslag

Je hoort erover, je leest erover, maar toch kan niks je voorbereiden op ... je eerste Argentijnse steak. Ik had een Bife de Chorizo, nog steeds mijn favoriet. Het betreft een uiterst malse, reusachtige en werkelijk overheerlijke steak. Sla en frieten worden apart gevraagd, in de eerste plaats wegens plaatsgebrek op je bord. De rekening ober?! Zeven euro voor de steak, evenveel voor de sla en frieten.

Naast het voedsel vind ik Argentinië echter minder makkelijk verteerbaar dan Brazilië. In de eerste plaats komt dat door de meer gesloten en iets arrogantere houding van de Porteños, inwoners van Buenos Aires. Samen besloten Nadeem (reispartner van de eerste twee weken) en ik dit weg te spoelen met een wijnproeverij in Mendoza, het land van de Malbec. Het concept bestond uit het bezoeken van verschillende wijnboeren in de buurt...per fiets. Inderdaad. De fantastische dag eindigde in mineur daar iemand uit het peleton besloot door de glazen terrasdeur te stappen. Scherven, doorgesneden zenuwen, weg enkel, ambulance, ziekenhuis...De ongelukkige in kwestie is nu terug in Engeland, gelukkig zonder permanente schade. Om dit drama te vergeten werden enkele extra wijnproeverijen ingelast, richting Carrefour dit maal.

Terug naar de grote stad dan! Buenos Aires slorpt echt al je energie op maar voorziet in dat wat slechts enkele steden kunnen: the big city life. Je leeft hier aan 200 per uur, gemiddeld dezelfde snelheid waarmee het geld uit je portefeuille verdwijnt. Elke dag heb je nieuw gezelschap, eten doe je niet voor 22u en voor 3u een club binnengaan is voor broekies. De dagen voor het verkrijgen van mijn arbeidsvergunning leefde ik dan ook vooral 's nachts.
Mijn werk in het callcenter maakte korte metten met dit hedonisme. Startuur: 6u ´s morgens. Daar stond ik dan op mijn eerste dag, doodmoe en schijtzat. Ik heb de overgang nog steeds niet helemaal verteerd en vraag me ten stelligste af of dit überhaupt mogelijk is in deze stad. Over de job kan ik nog niet veel zeggen gezien ik nog training volg. Lerares van dienst is Ianina, iemand die het lesgeven haat en dat is eraan te merken. Ik snap dan ook nog maar weinig van wat ik straks telefonisch moet uitleggen. Wat ik wel al weet is dat niet EA-games (it's in the game) maar het installeren van draadloze routers, webcams, storage devices etc. mijn hoofdproject wordt. Ik heb al enkele testtelefoontjes achter de rug en het werk zelf valt beter mee dan ik verwachtte. Eri is toch enige uitdaging bij dit project en de klanten zijn heel vriendelijk. Verder is het een Nederlands bedrijf dus word je behandeld als een kleuter. Voor elk fout gedrag is er een 'disciplinary action', ik moet toestemming vragen om te gaan plassen en mijn pauze wordt(Frankie!) getimed tot op de minuut. Ik moet wel zeggen dat zij op hun beurt heel correct zijn in alles, iets waar ik toch wat voor vreesde. Ik blijf hier tot eind februari werken, wat waarschijnlijk net genoeg zal zijn. Heimelijk hoop ik dat het lokale casino soelaas brengt maar dat valt voorlopig wat tegen.

Ik heb ondertussen een leuk appartement gevonden. Allemaal vrouwelijke medebewoonsters ook. Waar dit op het eerste zicht onnoemelijke voordelen lijkt te bieden, valt deze woonformule momenteel wat tegen. Er hebben zich namelijk twee kampen gevormd. Het probleem is nu dat het Argentijnse kamp de boel verlaat, diplomatieke bemiddeling en vredespijp ten spijt. Wordt vervolgd.

Gezien de werkuren is het nu dus vooral des weekends te doen. Een sidetrip naar Uruguay is me goed bevallen. Het begon al met de legendarische openingszin van de hotelreceptionist in Montevideo: 'We hebben enkel nog de kamer met de jaccuzi en die is per uur te betalen.' Godzijdank was ik dit keer niet met een getatoeëerde Nieuw-Zeelander maar met een schöne Deutsche. Verder stond een dagje zee en strand op het programma, wat in Buenos Aires zorgvuldig wordt weggestopt. 's Avonds werd er stevig gerockt, iets wat in Montevideo nog alomtegenwoordig is!

Het recentste uitstapje moet er echter nauwelijks voor onderdoen. Met drie Fransen en een Fin hebben we in de Tigre-delta gekampeerd, wat goed op Venetië lijkt. Maar dan zonder de huizen. Wat op het eerste zicht een normale barbecue leek te worden ontaardde in een wel heel speciaal weekend. De ganse zaterdagnacht hoorden we muziek maar konden door het gebrek aan verlichte wegen het feest niet vinden. De volgende dag hoorden we nog steeds muziek dus wij op strooptocht. Ter plaatse werden we door enkele dames en heren verzocht Diego's verjaardag mee te vieren, iets wat we niet konden weigeren. Waar ik initieel dacht dat het gewoon vriendelijke gedrogeerde meisjes waren, had mijn Fransoose vriend het meteen juist: allemaal prostituees! Diego toch...

Verder geef ik nog mee dat ik kerstmis geweldig mis. Het is hier echt laf warm en dat leent zich niet tot kerstmannen en sleehonden. Ik wou echt dat ik even naar huis kon op deze dagen. Op kerstavond houden we gelukkig een heel klassiek diner met het Tigre-gezelschap, zij het het mannelijke gedeelte.
Gezien ik jullie wellicht niet meer zal horen voor 2009: een vrolijk kerstfeest en een gelukkig nieuwjaar!

Bram