vrijdag 6 maart 2009

5de verslag: van BA naar BO

De maand februari in Buenos Aires betekende meer van hetzelfde. De huiselijke sfeer in het appartement bleef excellent, er werd nog steeds volop gegeten, gedronken en gedanst en in het callcenter haalde ik nog steeds mijn bonussen niet. Nochtans deed ik echt mijn best. Nader onderzoek bracht aan het licht waarom ik minder snel werkte: ik kan helemaal niet multitasken. Eén ding tegelijk!
Ondanks dit alles heb ik geen seconde spijt deze job gedaan te hebben. Als je een andere job kan vinden moet je natuurlijk niet twijfelen, maar nu heb ik drie maanden lang een wereldstad als speeltuin gehad en enkele goeie vrienden bij. Wordt zeker vervolgd.

Maar zoals eerder vermeld: ik wou toch ook wat anders, het reizen lonkte. Alvorens Argentinië definitief te verlaten besloot ik een afscheidssteak te eten in het mooie Salta. De steak was ontgoochelend, de natuur allerminst. Samen met een dementerende française en haar puberende dochter heb ik de streek doorkruist. In een laatste poging mijn vers loon te verdubbelen heb ik me er 's avonds op het blackjacken toegelegd, ook hier weer zonder succes. Ik leer traag.

De volgende dag wandelde ik de grens over: bienvenidos a Bolivia! De trein richting Oruro reed niet wegens overvloedige regen. Gezien ik geen reisgids bijhad om alternatieven te ontwaren, vormde dit een probleem. Gelukkig werd ik opgevangen door een soort engel. Amira bracht me naar de juiste busmaatschappij, voorzag me in toiletgerief en een lichtte me in over de noodzakelijkheid van een deken (dankdankdank!). In ruil trakteerde ik haar op een achteraf gezien zeer slecht ontbijt. Bij deze: nogmaals bedankt!

Voor iemand die iets anders wil, is Bolivië de geschikte stek. In tegenstelling tot het Europees aandoenend en stedelijke Argentinië is Bolivië erg ruraal. Ruraal is een ander woord voor boertig. Zo stond er in La Paz, nochthans geen dorp, een kerel midden in de lokale Nieuwstraat lustig in het riool te pissen. Daarnaast scheren de fluimen je langs de oren en moet je bestand zijn tegen onfrisse geuren. Op zich verschilt dit niet veel van mijn jeugd, maar daar komt nog eens de brute onvriendelijkheid bij. In La Paz is het bijvoorbeeld strikt verboden te lachen. Ook antwoorden als men je iets vraag hoeft niet, laat staan beleefd en verstaanbaar antwoorden. Zelfs bedelen gebeurt met een zekere agressie waardoor mijn beugel hier gesloten blijft. Qua uiterlijk is er ook iets raars aan de hand: je kan geen leeftijd op de mensen plakken. Kijkt er dan een kleuter je aan met het gezicht van een 50-jarige...weet je niet of je hem over de bol moet aaien of meneer moet zeggen. Heel vreemd is dat.

Bolivië is zoals geweten een arm land. Zowel Paraguay, Brazilië als Chili hebben aan het grondgebied gepeuzeld en dat heeft hen geen goed gedaan. Om hun levensstandaard op te krikken hebben ze een ingenieus systeem uitgedokterd: ze rekenen toeristen een veelvoud aan. Rechtvaardig is het niet, maar de vraag is natuurlijk hoe erg je dat moet vinden als je weet dat men hier gemiddeld bijna 10 keer minder verdient, je zelf op plezierreis bent en zij vooral bezig zijn met overleven. Onze ethische commissie werkt eraan.

Ondertussen heeft Eveline me vervoegd. Zij gaat een jaar (vrijwiligers)werken in Ecuador en zag een tussenstop van een maand in Bolivië wel zitten alvorens aan de slag te gaan. Wat een wonderlijke ervaring is het opnieuw je mening te kunnen aftoetsen! Roddelen dus.

Maar...sportieve Bram wou mountainbiken. Wegens een horrorervaring in de Ardennen was Eveline niet enthousiast, dan is de "Ruta de la Muerte" natuurlijk geen goed idee. Hoewel er geen vrachtwagens meer over de drie meter brede weg denderen, is het nog steeds een ongelooflijke ervaring meer dan 3000 meter af te dalen op een een grindweg. De natuur was daarenboven overweldigd, hoewel ik me wegens de naburige ravijnen toch het liefst op de weg concentreerde. Een aanrader.

De sociaal werker bleef werken dus werd intussen een gevangenis bezocht. Je hebt het in het nieuws gezien of niet, maar in La Paz worden groepen toeristen rondgeleid door de gevangen zelf die de cipiers omkopen. Zij zijn baas, hun families wonen er, er zijn winkeltjes, restaurants en ze hebben er zelfs een cocaïnefabriek (geen grap). Ik geloofde het eerst ook niet.

Het werd tijd om La Paz te verlaten en terug normaal te kunnen ademen. Ik kan je verzekeren, op 3600 meter hoogte is een kater geen lachtertje. Geef mij dan maar Santa Cruz, warm en tropisch. Tropisch nat in ons geval. Van de stad hebben we dan ook niet echt kunnen genieten. Gelukkig bracht de tweede dag in het nabijgelegen internationaal getinte dorpje Samaipata ons zon. Tijd voor een fietstochtje. Twintig kilometer naar de watervallen: een haalbare kaart, niet? Wat mevrouw de fietsverhuurster er bij vergat te vertellen was dat het twintig kilometer bergaf ging, dus in het terugkeren twintig kilometer bergop. Nu denk ik na het bekijken van een bergetappe ook wel eens: 'dat wil ik ook', daarbij niet gehinderd door enige kennis van zaken. Nu weet ik het wel zeker, dat wil ik niet. Het werd een taxi.

Het mag gezegd worden, de mensen waren er al een stuk vriendelijker. Ze zien er ook heel anders uit en zijn een stuk welvarender. Het is dan ook niet toevallig dat de opstandjes tegen het centrale gezag van Morales steeds vanuit de provincie Santa Cruz komen. In de krant blijft dat een abstract gegeven, hier zie je het met eigen ogen. Het racisme tussen indianen en die-van-het-Oosten wordt ook niet onder stoelen of banken gestoken. Of hoe het toch eigenlijk overal hetzelfde is.

Nu zitten we in Sucre, de mooiste stad van Bolivië. Al enkele dagen schijnt de zon, wat mijn reispartner wel weet te appreciëren. We hebben er onder andere een vriendin bezocht die hier vijf maand met de mobiele school straatrakkers wat probeert bij te leren. Daarnaast doen we het nu wat rustiger aan want we hebben in een goeie week tijd al meer dan 50 uur op de bus gezeten en ik kan je verzekeren: het begrip 'weg' is zeer relatief.

Zij die de zoutvlaktes gaan zien groeten u!

Bram

Geen opmerkingen: