Brazilië heeft 7000 kilometer kust waarvan meer dan 3000 kilometer strand. Totdantoe had ik 1,5 km bezocht, een schromelijke onderwaardering. Ik botste op Ihla de Boipeba, een paradijselijk eiland met diverse prachtige verlaten stranden. Waarde vrienden, een kleine levensles: ook op een paradijselijk eiland kun je je vervelen, zeker als het overdreven verlaten is. Soelaas kwam er na anderhalve dag in de vorm van twee Engelsen, kaarten en een fles cachaça. Omdat een ezel zich geen twee keer aan dezelfde steen stoot, koos ik als volgende bestemming een paradijselijk schiereiland. De gemeentelijke verkiezingen liepen net teneinde, wat heel wat animositeit opleverde. De aanloop ervan duurde meer dan een jaar en na de dag zelf wist men hier ook effectief wie gewonnen had. Andere pluspunten waren de motoritten op het strand, het snorkelen, het kreeftenrestaurant om de hoek (lunch & dinner) en uiteraard de andere mensen.
Om al die schaaldieren te verteren besloot ik een stukje te gaan wandelen. Er werd mij Chapada Diamantina aanbevolen, ‘de beboste Grand Canyon’. Uitvalsbasis was het gezellige Lençois, omringd door zacht glooiende heuvels en vergeven van de rivieren en natuurlijke zwembaden. Komt daar nog bij dat mijn pousada het epicentrum van het sociale leven was, ik zat op de eerste rij. Een groepsdagtrip naar enkele van de talloze bezienswaardigheden eindigde in een etentje en een lange nacht uit. Daags nadien lonkten zon en rivier, dit in het gezelschap van een goedgemutste française. Het leven was mooi...
Was het het bier, lag het aan de palmolie of had ik toch niet van die rivier mogen drinken, m’n buik tekende protest aan. Een vierdaagse trektocht werd inderhaast geanulleerd om plaats te maken voor een dagje toilet en een dag platte rust. Gelukkig werd ik goed verzorgd door de pousada-eigenaars en hun medisch geschoolde neef Frank. Uiteindelijk voelde ik me alsnog veilig en beschermd genoeg om twee dagen de wijde natuur in te trekken, dit onder begeleiding van een gids. Elke gids heeft trouwens een bijnaam. Die van mij luidde ‘de machine’.
Na strand en bergen was het tijd voor wat cultuur. Recife en vooral Olinda kunnen hierbij van dienst zijn vanwege hun historisch karakter. Olinda is als Brugge: mooi, maar na zonsondergang wil je er weg. Gehoor gevend aan deze roeping zocht ik de volgende bestemming in mijn reisgids. Echter, als laatstgenoemde lyrisch wordt over bepaalde plaatsen, is het altijd een beetje oppassen. Toch kon ik het niet laten Praia da Pipa mee te pikken, ‘ A place where you can forget about time and enjoy the laidback vibe’. Eenmaal in mijn pousada kreeg ik te maken met een bont allegaartje. Zo was er Shane - ‘Mean Machine’ (vanwege zijn tattoos, jui-jitsukunsten en jaren in de Nieuw-Zeelandse gevangenis), Roy de player (vanwege de gezelschapspelletjes) en Dana de fruitvlieg. Samen hebben we er een hele fijne week beleefd met strand, surf, brommers en horeca. Klein minpuntje bij dit soort groepssamenstelling is dat achterop mijn brommer geen knappe Braziliaanse maar een getatoeëerde Nieuw-Zeelander zat. Ik weet het, ik heb nog werk voor de boeg.
Terug in Recife ontmoette ik een Israeliet en twee zeer geestige Engelse dames met een voorliefde voor gezouten snacks en nietsbetekenene maar zeer geanimeerde dialogen. Het werden twee leuke drukke dagen. Voor het eerst ook werden mijn kaarten gelegd, wat een verfrissende blik op de gang van zaken bood. Lang kon het allemaal niet blijven duren want ik had opnieuw een vlucht naar São Jose dos Campos, alwaar Geoffrey en mijn Braziliaanse gang resideren. Ondertussen was het gezelschap vervoegd met een Russische en Tjechische, wat vooral op papier goed overkomt. Met z´n allen werden wij door Dom naar een Maracatu-initiatie gesleept, wat erop neerkomt dat vele mannen op grote trommels slaan en vele vrouwen met gevulde kruiken sensueel heen en weer schudden. Terwijl ik dacht met een pintje in de hand gezapig te kunnen toekijken, werd ik bij aankomst zo´n trommel in de handen geduwd en verorderd te beginnen spelen. Ontsnappen was niet mogelijk. Maar kijk...voor de tweede keer deze trip ontdekte ik het plezier van het musiceren en naast de maat slaan.
Geoffreys onophoudelijke propaganda heeft me uiteindelijk doen zwichten en me koers doen zetten richting Ibitipoca, een klein bergdorp ergens aan het einde van de wereld. Ik werd er bij aankomst verwelkomd door Claudio en zijn racistische hond Preto (blaft enkel naar zwarten). Gezien ik bij de man thuis mocht verblijven werd ik een week lang ingewijd in de waarlijk wondere wereld van de Oosterse filosofie en occultisme, afgewisseld met een fikse wandeling in de nabije natuur en een occasioneel spelletje pool. Als vanzelf ging het daarna richting São Thome das Letras, waar geheimzinnige inscripties in een grot allerhande speculaties over een alternatieve versie van de bijbel enerzijds, de aanwezigheid van buitenaardse wezens anderzijds in de hand werken. De ideale plek dus om mijn verjaardag te vieren, waar ik zoals het hoort niet teveel meer van weet.
Op dit moment sta ik op het punt het land te verlaten, jawel. Trefwoorden hierbij zijn hoopvol, zenuwachtig en steak. Ik hoop jullie dan ook binnen enkele weken meer goed nieuws te kunnen melden!
Uw globetrotter,
Bram
Geen opmerkingen:
Een reactie posten